Overslaan en naar de inhoud gaan Skip naar footer Skip naar zoeken Skip naar menu
Verduurzaming

Wat is de warmtetransitie?

Experts
profielfoto daylam dag
Belangenbehartiger
Ivar Dorst
Adviseur Sectorontwikkeling

In 2050 moeten alle woningen in Nederland duurzaam worden verwarmd. Dat betekent: zonder aardgas. De overstap naar duurzame alternatieven voor verwarming van woningen en warm tapwater noemen we de warmtetransitie.

Welke oplossing het meest passend is, verschilt per buurt en wijk. Dit hangt onder andere af van woningtypen, de warmtevraag, beschikbare warmtebronnen en de aanwezige energieinfrastructuur. De warmtetransitie vraagt daarom om maatwerk, fasering en bewuste keuzes. De warmtetransitie krijgt op lokaal niveau vorm via gemeentelijke plannen.

Wie is verantwoordelijk voor de warmtetransitie?

Gemeenten hebben de regierol in de warmtetransitie. In de afgelopen jaren hebben zij deze rol ingevuld via de Transitievisie Warmte. Daarin hebben gemeenten vastgelegd welke buurten of wijken wanneer van het aardgas af gaan en welke warmte-alternatieven daarbij in beeld zijn. Op basis van nieuwe wetgeving werken gemeenten deze transitievisies momenteel uit tot een zogenoemd Warmteprogramma. Dit programma krijgt een wettelijke basis, wordt periodiek geactualiseerd en maakt concreter wanneer en onder welke voorwaarden buurten en wijken overstappen op een duurzame warmtevoorziening. Daarbij kunnen gemeenten per 1 juli 2026 locaties aanwijzen om verplicht van het gas te gaan. Gebouweigenaren kunnen er uiteraard voor kiezen om het gebouw vrijwillig van het aardgas af te halen. Gemeenten zijn verplicht uiterlijk eind 2027 een Warmteprogramma vast te stellen.

Hoewel het Warmteprogramma in veel gemeenten nog in ontwikkeling is, biedt de bestaande Transitievisie Warmte woningcorporaties nu al richting. Corporaties kunnen deze gebruiken om hun eigen plannen te toetsen, strategische keuzes voor verduurzaming te onderbouwen en het gesprek met de gemeente goed voorbereid te voeren.

Wat betekent de warmtetransitie voor woningcorporaties?

Hoewel gemeenten de regie voeren, spelen woningcorporaties een sleutelrol in de uitvoering van de warmtetransitie. Gemeentelijke keuzes hebben directe gevolgen voor het vastgoed, de investeringsplanning en de betaalbaarheid voor huurders.

Tegelijkertijd beschikken corporaties over essentiële kennis van hun bezit en bewoners. Die kennis is nodig om realistische plannen te maken en keuzes te maken die uitvoerbaar, betaalbaar en toekomstbestendig zijn.

Daarnaast hebben de corporaties een eigen verduurzamingsopgave vastgelegd in de Nationale Prestatieafspraken 2025-2035 en de Aedesvisie. Deze afspraken geven richting aan de verduurzaming van de sector, maar schrijven niet voor welke installatieoplossing in welke woning moet worden toegepast. 

Binnen deze kaders zijn onder meer afspraken gemaakt over:

  • het uitfaseren van E, F en G labels uiterlijk in 2028
  • het verlagen van de warmtevraag door verdere isolatie
  • het realiseren van 450.000 aardgasvrije huurwoningen in 2034
  • het voorbereiden van woningen op aansluiting op een duurzame warmtebron

Wat kun je als corporatie nu al doen?

Maak strategische keuzes over de aanpak van je vastgoed binnen de warmtetransitie.

Strategische keuzes maak je het liefst vóórdat een project of onderhoudsmoment zich aandient. Zo geef je richting aan je investerings- en onderhoudsplanning én aan het gesprek met de gemeente (over de invulling van het Warmteprogramma) en de netbeheerder.

Het maken van strategische keuzes vraagt om inzicht in je eigen bezit en je onderhouds- en verduurzamingsplannen. De Transitievisie Warmte is hierin een praktisch vertrekpunt: gemeenten schetsen daarin een eerste beeld van het voorkeursalternatief per wijk of buurt.

Op basis van deze richting kun je de belangrijkste warmtealternatieven verkennen. Grofweg zijn er 3 hoofdtypen warmteoplossingen:

  1. Grootschalige collectieve warmtenetten: collectieve warmtevoorziening waarbij (duurzame) warmte of restwarmte via leidingen als warm en/of koud water naar gebouwen wordt getransporteerd. Geschikt op wijk-, stads- of regionale schaal; vraagt om heldere afspraken over de aanvoertemperatuur, bron, distributie, levering en businesscase.
  2. Kleinschalige en mini-warmtenetten: op straat-, blok- of buurtniveau; mini (ca. 2–50 woningen) en kleinschalig (ca. 51–1.500 woningen). Passend waar een grootschalig net (nog) niet haalbaar is of waar geen groot net gepland is; de organisatie en wettelijke eisen nemen toe bij meer aansluitingen. Variant: ZLT (zeer lage temperatuur) met een collectief bronnet (water rond ca. 10 °C) en per woning een water-water warmtepomp die individueel opwaardeert.
  3. Individuele all-electric of hybride oplossingen: per woning of gebouw een volledig elektrische of hybride oplossing, meestal een warmtepomp die warmte uit buitenlucht of bodem opwaardeert voor ruimteverwarming en/of tapwater. Dit vraagt om voldoende isolatie en een passend afgiftesysteem, en om aandacht voor ventilatie en (lokale) netcapaciteit.

Bekijk installaties steeds in samenhang met isolatie, ventilatie en het afgiftesysteem, en besteed aandacht aan (lokale) netcapaciteit. Houd daarbij ook rekening met de Nationale Prestatieafspraken en de Transitievisie Warmte, zodat keuzes op korte termijn latere opties niet blokkeren.

De publicatie Strategische keuzes maken in duurzame installaties kan helpen bij het opbouwen van een redeneerlijn. Het uitgangspunt van dit document zijn individuele all-electric oplossingen, maar tot en met stap 3A zijn de afwegingen ook relevant voor de andere hoofdtypen warmteoplossingen. De Aedes Routekaart helpt om de effecten van strategische keuzes voor de verduurzaming van de hele portefeuille inzichtelijk en bespreekbaar te maken.

Zorg dat je aan tafel zit bij de gemeente voor het opstellen van het Warmteprogramma.

Het is belangrijk om tijdig aangehaakt te zijn bij het opstellen en actualiseren van het Warmteprogramma. Zorg dat hier binnen de corporatie voldoende capaciteit voor beschikbaar is. Als je nog niet betrokken bent, neem dan contact op met je contactpersoon bij de gemeente. Vroegtijdige afstemming helpt om de wederzijdse verwachtingen helder te krijgen en voorkomt vertraging in een later stadium.

Start met uitvoeren op natuurlijke momenten.

Daar waar je voor je strategisch gemaakte keuzes niet afhankelijk bent van derden, kun je de uitvoering starten op natuurlijke momenten (zoals planmatig onderhoud of vervanging van installaties), zodat je ingrepen kunt combineren en onnodige kosten voorkomt.

Samen leren en invloed uitoefenen via sectorbrede trajecten

Als je op basis van het Warmteprogramma of de afwegingen rond strategische keuzes uitkomt op een (type) installatieoplossing, sta je er niet alleen voor. Veel corporaties lopen tegen dezelfde vragen aan: wat werkt in welke situatie, hoe organiseer je het in de praktijk en hoe ga je om met nieuwe technieken en randvoorwaarden, zoals netcapaciteit en betaalbaarheid.

Door deel te nemen aan sectorbrede trajecten van Aedes kun je ervaringen uitwisselen, praktijkvragen toetsen en samen oplossingen ontwikkelen die breder toepasbaar zijn. Dat helpt om sneller te leren, risico’s te verkleinen en keuzes beter te onderbouwen richting bestuur, huurders en samenwerkingspartners.

Aedes organiseert en ondersteunt verschillende trajecten waarin corporaties gezamenlijk werken aan kennis, tools en afspraken. Op dit moment kun je aansluiten bij de Leeraanpak warmtepompen en het platform Warmtenetten.

Handige hulpmiddelen

Aedes biedt verschillende hulpmiddelen en praktijkvoorbeelden die ondersteunen bij zowel de samenwerking met gemeenten als het maken van eigen keuzes in de warmtetransitie.

Hulpmiddelen:

Praktijkvoorbeelden: 

Achtergrondinformatie:

Meer informatie

Heb je nog andere vragen over corporaties in de warmtetransitie neem dan contact op met Ivar Dorst, sectorontwikkeling of Daylam Dag, belangenbehartiging.