Waarom een regionale verdeling?
Het ministerie van VRO, Aedes en ABF vertaalden de landelijke woningbouwambitie naar een regionale opgave. Dit biedt inzicht of we samen op koers liggen. De verdeling van het landelijke aantal woningen per regio wordt bepaald op basis van het aandeel dat de regio heeft in de woondeal. Hoe groter dit aandeel is ten opzichte van andere regio’s in Nederland, hoe meer woningen er aan die regio worden toegerekend. Dit maakt zichtbaar hoe de gezamenlijke opgave zich over het land verspreidt. En of er voldoende plannen zijn om de doelen te halen.
Hoe is de regionale opgave tot stand gekomen?
De regionale opgave voor sociale huurwoningen komt voort uit een vaste, rekenkundige verdeling van de landelijke afspraken uit de NPA.
- Per regio wordt eerst gekeken hoeveel sociale huurwoningen corporaties volgens hun woondeal moeten bouwen in de periode 2022–2030.
- Van dit aantal gaan de woningen af die al zijn gerealiseerd tussen 2022 en 2024. Wat overblijft, is de netto resterende opgave per regio.
- Dat resterende aantal wordt vervolgens afgezet tegen het landelijke totaal (alle woondeals samen). Zo ontstaat een percentage per regio als verdeelsleutel.
- Dit percentage bepaalt welk deel van de jaarlijkse NPA-afspraak aan de regio wordt toegerekend. De jaarlijkse NPA-opgave groeit met een groeipad naar 30.000 woningen per jaar in 2029.
Kijk ook eens bij
Fictief rekenvoorbeeld
Lees dit artikel via een laptop of desktop voor een goede weergave van onderstaande tabel.
| Regio | 1. Woondeal-opgave 2022–2030 sociale huurwoningen | 2a. Realisatie (2022–2024) | 2b. Resterende opgave (Woondealopgave – realisatie) | 3. Bepalen van aandeel (% van landelijke resterende opgave) | 4. Regionaal aandeel toegepast op NPA-afspraak (% van 30.000) |
|---|---|---|---|---|---|
| Regio A | 40.000 | 10.000 | 30.000 | 14% | 4.200 |
| Regio B | 20.000 | 2.000 | 18.000 | 8,5% | 2.550 |
| Overige regio's | 207.000 | 41.620 | 165.380 | 77,5% | 23.250 |
| Totaal | 267.000 | 53.620 | 213.380 | 100% | 30.000 |
Deze berekening is indicatief, maar met deze rekenkundige verdeling krijgt iedere regio, en daarbinnen iedere corporatie, een aandeel in de landelijke opgave. Dit maakt het mogelijk om:
- Plannen van corporaties te vergelijken met de gezamenlijke ambitie.
- Het gesprek te voeren over ieders inzet, haalbaarheid en randvoorwaarden.
En de woondeals?
In de woondeals maken Rijk, provincies, gemeenten en in veel gevallen corporaties bestuurlijke afspraken over aantallen, locaties en randvoorwaarden. Deze afspraken houden ook rekening met regionale omstandigheden en uitvoerbaarheid. De regionale toerekening uit de Aedes-forecast is gebaseerd op de huidige Woondealafspraken, die gelden voor de periode 2022-2030. Momenteel werken regio’s aan het herijken van deze woondeals. Wanneer de NPA wordt herijkt, sluiten we aan bij de nieuwe Woondeals.
De rol van dPi: plannen van corporaties
In de dPi geven corporaties aan wat zij zelf van plan zijn te doen. De Aedes-forecast vergelijkt deze plannen met de landelijke ambitie en de regionale opgave. Zo wordt zichtbaar waar plannen aansluiten en waar ambities onder druk staan.
Die verschillen zijn geen oordeel, maar een startpunt voor het gesprek over haalbaarheid, samenwerking en randvoorwaarden.
Waarvoor gebruiken we deze inzichten?
De Aedes-forecast helpt regio’s om samen te sturen op realistische uitvoering van de woonopgave. Door samen constructief het gesprek te voeren over de opgave, ieders bijdrage en mogelijkheden. Binnen regio’s, tussen corporaties en met partners.