Huisuitzetting als uiterste middel
In sommige gevallen oordeelt een rechter dat een huurder zijn woning moet verlaten. Dit gebeurt meestal vanwege ernstige en aanhoudende overlast, huurachterstanden, (drugsgerelateerde) criminaliteit, onderverhuur of andere ongewenste activiteiten. Corporaties zetten echter niet zomaar iemand uit: hier gaat een uitgebreid proces aan vooraf, waarin corporaties meerdere keren proberen problemen op te lossen. Pas wanneer de grenzen stelselmatig worden overschreden en er geen andere oplossing meer is, wordt huisuitzetting ingezet als laatste redmiddel.
En zelfs na een rechterlijke uitspraak blijft een corporatie vaak nog in gesprek met de huurder om te kijken of een oplossing mogelijk is. In de praktijk leidt dit ertoe dat slechts in een kwart van de gevallen waarin een rechter uitzetting toestaat, deze ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Soms zorgt een vonnis er ook bijvoorbeeld voor dat de huurder alsnog maatregelen neemt om de situatie te verbeteren en zo in de woning kan blijven.
Zorgvuldigheid staat voorop
Huisuitzetting is altijd een laatste redmiddel en corporaties zetten zich in om problemen zoveel mogelijk te voorkomen. Tegelijkertijd hebben zij de verantwoordelijkheid om de leefbaarheid en veiligheid in wijken te bewaken. Door een zorgvuldig proces te volgen, signalen vroegtijdig op te pakken en waar mogelijk samen met huurders naar oplossingen te zoeken, werken corporaties aan een eerlijke en rechtvaardige afweging van belangen.
Wat is een signaleringslijst?
In sommige regio’s wordt een uitgezette huurder tijdelijk geregistreerd op een zogenaamde signaleringslijst. Dit helpt om problemen te voorkomen en maakt duidelijk dat de persoon in kwestie gedurende een periode van meestal 3 jaar - in principe - geen woning kan huren bij een corporatie in die regio; tenzij een corporatie in de regio zelf de afweging maakt om toch een woning aan te bieden. Meestal zoeken huurders in die periode een oplossing in een andere regio, in de vrije sector of bij familie en vrienden.
Ondersteuning en richtlijnen voor corporaties
Veel corporaties vragen een verhuurdersverklaring om inzicht te krijgen in het huurverleden. Als zo'n verklaring ontbreekt of vragen oproept, volgt een gesprek om te kijken waarom dit het geval is. Het doel is niet om mensen permanent uit te sluiten, maar om zorgvuldig af te wegen of iemand opnieuw in aanmerking komt voor een corporatiewoning.
Om corporaties te helpen bij een zorgvuldige aanpak, heeft een werkgroep binnen Aedes in 2021, na vragen van de Autoriteit Persoonsgegevens, een modelprotocol ontwikkeld: het (model)protocol Signaleringslijst Ongewenst Huurdersgedrag op. Dit protocol helpt corporaties om binnen de kaders van de AVG te werken.
Daarnaast biedt Aedes ondersteuning via de toolkit Omgaan met verward gedrag en een bijbehorend stappenplan. Hiermee kunnen corporaties beter inspelen op complexe situaties en passende ondersteuning bieden waar mogelijk. Dit stappenplan helpt bij het herkennen van en reageren op verward gedrag, het inschakelen van hulpverlening, het aanpakken van overlast en het handelen tijdens en na een crisissituatie.